In de nacht van 6 juli 2025 loopt in het centrum van Rijen een man naar de voordeur van een woning. Hij gooit een baksteen en een vloeistof door een ruit en zet het vuur aan. Niemand raakt gewond, maar de materiële schade is fors. De politie vraagt: “Herken jij hem?” De vraag is terecht. Maar even terecht zijn de vragen die dit incident oproept over preventie, opsporing en bestuurlijke verantwoordelijkheid.
Wat zegt dit incident ons?
Brandstichting bij een voordeur is een simpele, destructieve tactiek die misbruik maakt van alledaagse kwetsbaarheden: glas, slecht zicht, stille straten. Of het nu gaat om intimidatie, een gerichte wraakactie of ordinaire baldadigheid, de uitkomst is hetzelfde: hoog risico op escalatie en een buurt die wakker schrikt. Het centrum van een dorp hoort geen niemandsland te zijn na middernacht. Hier faalt niet één schakel, maar een keten van kleine tekortkomingen.
Preventie die werkt, niet die goed voelt
Doeltreffende preventie begint bij omgevingsontwerp: zichtlijnen en verlichting die blinde hoeken wegnemen, deugdelijk hang- en sluitwerk en brandwerende voorzieningen bij toegangsdeuren. Camera’s kunnen helpen, mits gericht op de openbare ruimte en met heldere privacykaders. Belangrijker is snelle buurtsignalering: een netwerk waarin bewoners, winkeliers en toezichthouders elkaar direct informeren bij afwijkend gedrag, ondersteund door een laagdrempelig meldsysteem.
Opsporing: snelheid en kwaliteit
In zaken als deze telt het eerste etmaal. Tijdlijn, looproutes, vervoersopties en het veiligstellen van videobeelden zijn cruciaal. Gepixelde stills in omloop zetten heeft weinig zin; scherp beeld, context (tijdstip, route) en gerichte vragen wel. Ook loont het om forensisch sporenwerk snel te koppelen aan wijkinformatie: wie viel eerder op, welke meldingen waren er in aanloop, welke patronen zien we in de regio?
Communicatie en vertrouwen
De oproep “Herken jij hem?” werkt alleen als publiek concrete aanknopingspunten krijgt: kleding, opvallende kenmerken, vermoedelijke vluchtroute. Transparantie schept draagvlak en voorkomt speculatie. Deel waar mogelijk feiten, benoem wat nog onbekend is, en vraag om specifieke waarnemingen in plaats van algemene vermoedens.
De bredere context
Brandstichting is zelden een losstaand incident. Het kan passen in relationeel geweld, buurtconflicten of opportunistische criminaliteit. Gemeente en politie moeten daarom data verbinden: tijdstippen, locaties, eerdere meldingen. Denk ook bestuurlijk: programmering van nachtactiviteiten, toezichtcapaciteit, en afspraken met horeca en OV over uitloop en doorstroming. Veiligheid is een systeem, geen slagzin.
De prioriteit na Rijen is helder: combineer zichtbare preventie met snelle, datagedreven opsporing en open communicatie. Dat verkleint de kans op herhaling en vergroot het gevoel van regie. De vraag “Herken jij hem?” is een begin; het antwoord ligt in een gemeenschap die zowel alert als goed gefaciliteerd is.


















