De aftrap van het carnavalsseizoen in ’s‑Hertogenbosch had een feestelijk visitekaartje moeten zijn. In plaats daarvan werd de stad geconfronteerd met een harde realiteit: een 21‑jarige man uit Oisterwijk werd op 11 november rond 20.00 uur zwaar mishandeld voor een horecazaak aan Achter Het Stadhuis. Ook zijn 21‑jarige vriend uit Helvoirt raakte gewond. De schokgolf is begrijpelijk, maar verbazing is geen strategie. Wie verantwoordelijkheid wil nemen, moet nu nuchter analyseren waar het misging en hoe herhaling wordt voorkomen.
Wat we wél weten
Volgens de eerste informatie waren meerdere daders bij het incident betrokken. De exacte aanleiding is nog onduidelijk. De politie onderzoekt de zaak en roept getuigen op zich te melden. Dat is essentieel: objectieve verklaringen, beelden van omstanders en vaste camera’s kunnen het verschil maken tussen speculatie en bewijs. Belangrijk is dat we de feiten centraal houden: tijdstip, locatie, betrokkenheid van een groep, en het gegeven dat er twee jonge slachtoffers zijn gevallen. Alles daarbuiten is voorlopig ruis.
Wat we níet mogen accepteren
Feestelijke drukte is geen excuus voor geweld. De neiging om incidenten rond 11/11 weg te zetten als “uit de hand gelopen feestgedruis” is gemakzuchtig en gevaarlijk. Openbare ruimte hoort veilig te zijn, juist wanneer veel mensen samenkomen. Gemeente, horeca en bezoekers delen die zorgplicht. Het gaat niet om moralistische vingerwijzen, maar om concrete randvoorwaarden: zichtbare preventie, snelle interventie en een omgeving die geweld ontmoedigt in plaats van faciliteert.
Rol van horeca en stad
Horeca-exploitanten rond Achter Het Stadhuis moeten samen met de gemeente scherp kijken naar deurbeleid, bezettingsgraad, looproutes en verlichting. Werken de cameracontroles en zijn de zichtlijnen goed? Is de bezetting van gecertificeerde beveiligers afgestemd op piekmomenten? Publiekscommunicatie helpt: duidelijke borden, heldere huisregels en een lage drempel om personeel te alarmeren. Veiligheid is geen sluitpost; het is voorwaarde voor een vitaal nachtleven.
Politie, handhaving en burgerplicht
De politie heeft terecht om getuigen gevraagd. Dat vergt snelheid: herinneringen vervagen, beelden worden overschreven. Deel informatie via de officiële kanalen of desnoods anoniem. Tegelijk hoort proportioneel optreden bij druktebeheer: snel scheiden, de-escaleren, en de omgeving afschermen zodat hulpverlening ongestoord kan werken. Publiek kan helpen door niet te filmen uit sensatiezucht, maar door relevante beelden beveiligd te bewaren en beschikbaar te stellen.
Vragen die nu beantwoord moeten worden
Waren er voldoende zichtbare beveiligers ter plekke? Hoe snel was de eerste professionele interventie? Welke hotspots rond het Stadhuis vragen extra toezicht tijdens piekuren? En vooral: hoe zorgen we dat carnavalsvreugde en veiligheid elkaar versterken in plaats van ondermijnen? De Bossche binnenstad verdient een aanpak die niet pas na incidenten wordt opgetuigd, maar vooraf staat: strak, voorspelbaar en merkbaar aanwezig, zodat iedereen onbezorgd kan vieren.


















