In 2025 staan er 21 MONO-actiedagen gepland in Zuid-Nederland. De politie, gesteund door Zeeland, Noord-Brabant en Limburg, gebruikt opnieuw de touringcar om afleiding in het verkeer op te sporen. De inzet is sympathiek en zichtbaar. Maar de kernvraag blijft: levert deze aanpak duurzaam veiliger verkeer op in regio’s als ’s-Hertogenbosch, Maastricht en Tilburg?
Wat bewijst de touringcar-actie echt?
De verhoogde zit van de bus geeft agenten een tactisch voordeel: uit een andere hoek zie je wie met de telefoon in de hand rijdt. Het signaal is helder—afleiding is niet acceptabel. Toch is zichtbaarheid niet hetzelfde als gedragsverandering. Zonder structurele opvolging verschuift het gedrag slechts tijdelijk, van opvallende naar subtielere overtredingen.
Een eenmalige golf aan boetes overtuigt geen gewoontedier. Daarvoor is de prikkel van gewoonte, verveling en constant bereik te sterk. De actie creëert pakkans, maar het risico op schijnveiligheid ligt op de loer als de impact op ongevallen en bijna-ongevallen niet aantoonbaar daalt.
Data en effectmeting
Als deze actiedagen een investering in verkeersveiligheid zijn, hoort daar een meetbare opbrengst bij. Publiceer voor- en nametingen: afname van telefoonincidenten, share van ongevallen met afleiding als factor, en gedragsdata uit controles. Rapporteer per provincie en corridor, met vergelijkbare methodologie. Zonder transparante KPI’s blijft dit vooral een mediagenieke interventie.
Handhaving versus gedragsverandering
Handhaving werkt, maar niet in isolement. Gedrag verandert duurzaam als omgeving, technologie en norm meewerken. Werkgevers kunnen MONO-standaarden afdwingen (geen bel- en chatverkeer tijdens ritten), verzekeraars kunnen premiekortingen koppelen aan aantoonbaar MONO-rijden, en scholen en rijopleidingen horen dit als basisvaardigheid te borgen.
Techniek en infrastructuur
Technische opties liggen voor de hand: standaard ‘Niet storen tijdens autorijden’ op smartphones, strengere lock-outs in infotainmentsystemen en telematica die actief afleiding signaleert. Infrastructuur kan ook: minder visuele ruis, heldere markering en dynamische matrixborden met contextuele MONO-signalen op hotspots in en rond ’s-Hertogenbosch, Tilburg en Maastricht.
Aanbevelingen
– Publiceer kwartaalrapportages met duidelijke KPI’s en open data.
– Zet de touringcar gericht in op risicotrajecten (A2 ’s-Hertogenbosch, A58 Tilburg, A2/A79 Maastricht) en varieer tijden.
– Combineer handhaving standaard met nudges: werkgeverscampagnes, rijschoolmodules en leasevoorwaarden.
– Beloon MONO-rijden via verzekeringsprikkels en fleet policies.
– Gebruik onopvallende politieteams en camera-auto’s, met heldere kaders over proportionaliteit en privacy.
De boodschap is eenvoudig: afgeleid rijden is geen randverschijnsel, maar een hardnekkig gedragsprobleem. De 21 MONO-dagen zijn terecht en nodig, zolang ze niet het eindpunt maar het begin van een bredere aanpak markeren. Wanneer Zuid-Nederland de opbrengst systematisch meet, deelt en vertaalt naar ontwerp, techniek en norm, verschuift het effect van tijdelijk schrikken naar blijvend veiliger rijden. Dáár ligt de echte winst.


















