In Tuinzigt, Breda, escaleerde oudjaarsavond tot een catalogus van vernieling: brandende auto’s en scooters, zware illegale knallers, massale schade en agressie richting hulpdiensten. Dit is geen folklore met uit de hand gelopen vuurwerk; het is doelbewuste ontwrichting. De vraag is niet langer of dit te voorkomen was, maar waarom het voorspelbare patroon opnieuw kon ontstaan.
De grens tussen traditie en chaos
Oud en nieuw is (en blijft) een ritueel van viering. Maar de grens is helder: waar vuurwerk inzet wordt om te intimideren, is de publieke ruimte gegijzeld. In Tuinzigt werd die grens ruimschoots overschreden. Zwaar en illegaal vuurwerk fungeerde als wapen, de straat als toneel, en buurtbewoners als onvrijwillige toeschouwers. Wie dit normaliseert onder het mom van “het hoort erbij”, accepteert impliciet dat recht en veiligheid op deze avond tijdelijk niet gelden.
Een voorspelbaar scenario dat niemand wil
De ingrediënten waren bekend: concentratie van zwaar illegaal vuurwerk, spontane brandstichtingen, en groepsvorming in het donker. Dat is geen verrassing, maar een risicoprofiel. De cruciale tekortkoming ligt in timing en massaliteit: te weinig vroegtijdige druk op logistieke aanvoer van knalwerk, te weinig zicht op hotspots, en een respons die pas inzet als de rook al hangt. Proactieve, datagedreven inzet had hier het verschil kunnen maken.
De prijs voor de buurt en hulpdiensten
De materiële schade is zichtbaar in uitgebrande voertuigen en vernielde objecten; de onzichtbare schade zit in het vertrouwen. Brandweer en politie kregen stenen en (explosief) vuurwerk naar zich toegeworpen – een directe aanval op de publieke basisvoorzieningen. Voor bewoners betekent dit nachten zonder gevoel van controle, hogere verzekeringspremies en een reputatie die de wijk langer achtervolgt dan de stank van rook.
Wat werkt wel?
Drie lijnen zijn noodzakelijk en uitvoerbaar. Eén: verstoren van de keten. Gerichte controles weken vooraf, meetpunten op importstromen, en onmiddellijke inname van zwaar knalwerk. Twee: ruimte terugwinnen. Tijdelijke verkeersfilters, mobiele camera’s met live monitoring, fel licht op hotspots, en snelle brandhaardverwijdering om “het podium” te ontnemen. Drie: sociale ankering. Lokale partners (jongerenwerk, verenigingen, huismeesters) met concrete alternatieven en duidelijke sociale norm: geen vuurwerk als wapen, geen toeschouwersrol bij brandstichting.
De kern is simpel: collectieve viering vraagt collectieve grenzen. Wie de norm publiekelijk breekt, hoort diezelfde publieke tegenkracht te voelen – snel, zichtbaar en consequent. Niet om te straffen om het straffen, maar om de straat terug te geven aan de buurt. Tuinzigt hoeft geen jaarlijkse casus te zijn; het kan een kantelpunt worden als beleid, handhaving en gemeenschap dezelfde boodschap uitdragen: feest kan, vrijgeleide niet.


















